|
|
Mijn leven begon in Zagreb, Kroatië in 1965. Ik woonde in een klein plaatsje net buiten de stad samen met mijn grootouders. Het duurde niet lang of ik ontdekte de gave die god me gegeven had. Op 5-jarige leeftijd zong ik altijd mee met de radio, en dan ook nog eens zo hard mogelijk. Tot mijn zesde woonden mijn broer John en ik bij onze grootouders. In die tijd waren onze ouders in de Verenigde Staten om een huis te vinden. In 1970 kwamen onze ouders terug naar Kroatië om ons mee terug te nemen naar de Verenigde Staten om bij hun te wonen. We woonden in Scarsdale, New York, in een apartement boven een dokterspraktijk. Mijn vader werkte aan de overkant in het nieuwe ziekenhuis als electricien. Mijn broer en ik speelden altijd buiten in de voortuin, waar onze vader ons vanaf de overkant in de gaten kon houden terwijl hij werkte. Toen ik 7 was verhuisden we naar Greenwich, Conneticut, en we betrokken het lelijkste huis van de straat. Kort nadat we daar aankwamen begon mijn broer John met gitaarspelen, met mij naast zich die altijd al wist en het ook zei dat ik het in me had. We speelden country muziek, omdat dat de muziek was die mijn vader mooi vond. We waren ervan overtuigd dat iedereen in Amerika van country hield. We werden behoorlijk goed, en het duurde dan ook niet lang voordat onze vader ermee begon alle Poolse, Joodse en Veteranen clubs af te gaan die ons wilde boeken.
Toen ik 9 was begon ik met zingen in een kerkkoor. Toen, op 11-jarige leeftijd ontdekte ik Led Zeppelin en mijn hele leven veranderde plotseling. Het leven werd steeds moeilijker. Mijn broer en ik hielden van deze muziek, maar onze pa had er helemaal niets mee. Er was een constante strijd om de vrijheid om ons leven en toekomst zelf te kiezen. Op 13-jarige leeftijd vormden we de band "Teazer" en speelden Led Zeppelin en Black Sabbath covers, maar ook ons eigen werk. Het duurde niet lang of een producer genaamd Morgan Walker had interesse in ons. Voordat we het wisten gingen we naar New York City om te oefenen, werkend aan de songs die ons eerste album zouden vormen. Helaas viel de droom in duigen voordat hij was gerealiseerd.
Toen ik 15 was sloot ik me aan bij de band "The Mission" met een frontman, Elliot Lewis genaamd (later lid van "The Average White Band". Ik verliet de band met studio en schrijfervaring in de pocket. Kort daarna ontving ik een telefoontje van een man genaamd Don Stroh. Don was de eigenaar van Showcase Studio's, een oefencomplex in Norwalk, Conneticut. Hij had me zien optreden in een nachtclub, samen met "The Mission". Hij vertelde me dat hij geloofde dat ik bij een band hoorde die op dat moment oefende in zijn studio. Ik ging ermee akkoord dat ik er eens zou gaan kijken. Op 16-jarige leeftijd kwam ik samen met James Ward, Chris Risola en Jack Wilkinson. "Red Alert" was geboren. Jack werd later vervangen doort John Fowler, we namen toen ook meteen een rhythmgitarist Frank DeCostanzo aan.
Na mijn middelbare school ging ik naar het "college" om aldaar mechanische engineer te worden. Ik was in mijn tweede jaar college, ik zat aan de tekentafel, toen ik plots het licht zag. WTF deed ik hier? Ik moest zanger worden, geen techneut. Ik pakte meteen al mijn spullen bij elkaar en gooide ze uit het raam op de tweede verdieping. Eindelijk kon ik al mijn aandacht en energie in de muziek stoppen. Nadat we de eerste demo "My Friend Jimmy", met 5 nummers erop klaar hadden, gingen John en ik naar L.A. om daar een platencontract in de wacht te slepen. We hadden geen contacten, noch hadden we ook maar een flauw idee hoe de procedure zou verlopen, zouden we moeten tekenen. Ik deed het allemaal puur op basis van hoop en grote ballen. Binnen een maand hadden we een nieuwe manager en een platencontract met MCA. We namen ons debutalbum "Steelheart" op. Het album verkocht meer dan een miljoen keer en werd gevolgd door een wereld tournee.
We gingen vervolgens aan de slag met ons tweede album, "Tangled in Reins", en namen dit ook op. Na een succesvolle tour door Azië en Europa vloog de band terug naar de VS om aldaar support band te zijn voor de band "Great White". Tijdens de laatste fase van deze tour werden we gevraagd om een laatste show te geven op de avond van Halloween, als supportband voor de band Slaughter, in de McNichols Arena in Denver Colorado. Die ene nacht was het begin van een reis vol spiritualiteit voor mij. Terwijl ik "Dancing in the Fire" zong, klom ik in een truss, niet wetende dat ik niet voldoende afgezekerd was. Ik probeerde een vallede rigg te ontwijken, maar deze raakte me vol op de achterkant mijn hoofd, net voordat ik het kon ontwijken. Ik viel met mijn gezicht eerst op het podium. Ik had een gebroken neus, kaakbeen, kaak, verrekte mijn ruggewervel en had 28 hechtingen nodig in mijn achterhoofd. Ik weet niet waar de kracht vandaan kwam, maar ik stond op, voor de ogen van 13.000 bezoekers en liep zo van het podium af. Ik werd onmiddelijk naar het ziekenhuis vervoerd. Mijn manager zette me de dag erna op het vliegtuig. Ik had niet alleen kunnen omkomen van het feit dat een 500 kg wegende rigg me raakte, maar ook van een exploderend brein op 30.000 voet hoogte. Pas toen ik thuis kwam begon de echte pijn. Maandenlang had ik ontzettende pijn, alleen al bij de geringste beweging voelde mijn hoofd aan alsof het ging ontploffen.
Dit was het einde van Steelheart.....
Veel waardevolle herinneringen gingen verloren en ik waande me de hele tijd, 3 jaar lang na het ongeluk, levend in een waas. Ik reed vaker gewoon rond in het midden van de nacht, twee uur van huis, niet wetende wat ik daar te zoeken had of wat ik er deed. Ik leefde in een droom, maar niemand die dat zag of het ook maar begreep. Ze zeiden constant, het komt wel goed. Na twee jaar ontmoette ik eindelijk een neuroloog die me uitlegde dat ik "TBI" (Traumatic Brain Injury) had. Het nam nog twee jaar in beslag, in volledige concentratie om opnieuw te leren focussen en mijn hersens op de juiste manier te herprogrammeren en te gebruiken. Gedurende deze hele tijd heb ik niets aan financiële ondersteuning gekregen. Alles werd uit eigen zak betaald. Ik was mijn familie kwijt, mijn huis en mijn geld, maar ik had mezelf hervonden.
In 1995 richtte ik een band op die bestond uit Kenny Kanowski, Vincent Melle en Alex Macarovich. We namen een album op in Engeland genaamd "Wait". Ik moet zeggen dat het een ontzettend moeilijk album was om te maken. Ik had in deze periode nog een beetje een waas voor mijn ogen. We noemden het album "Wait" omdat het nogal verdomd lang duurde eer ik de vrijheid van de platenmaatschappij en mijn manager wist te winnen, deze laatste eigende zich meer toe dan hem toestond. Nadat ik een grote som geld op tafel had gelegd, voor beiden, was ik eindelijk vrij om te doen en laten wat ik wilde en kon ik verder met mijn loopbaan. Het album kwam twee jaar later uit.
Gedurende de het afmixen van "Wait" had ik een heropstanding. Ik zat lekker in mijn zetel te relaxen, voeten op de console en mijn ogen dicht. Opeens, vanuit het niets, drong het door tot mijn lichaam en bracht een schok teweeg in mijn ziel. Ik keek naar mijn producer Kit Woolven en deze vroeg wat er mis met me was. Ik kon enkel de woorden uitspreken: "I just woke up". Het volgende hoofdstuk was begonnen.
We hadden een promotie tour door Azië om het album "Wait" te supporten. We traden 28x op in 30 dagen tijd en in 13 verschillende landen. De tournee maakte een krachtige indruk waardoor het titelnummer "Wait" nummer 1 werd in veel aziatische landen. Later zouden we naar Korea terugkeren voor nog 2 shows in het Olympisch stadion in Seoul en in Kojo Hall in Pusan. De tournee werd een groot succes. Helaas werd het album vanwege legaliteiten nooit in de VS of Europa uitgebracht. Nu, jaren later, ben ik trots om te mogen zeggen dat ik eigenaar ben van mijn eigen platenmaatschappij genaamd StillHard Records, waardoor het album voor jullie gewoon te koop is op www.steelheart.com.
Niet lang nadat we uit Azië terug waren overleed mijn moeder op 56-jarige leeftijd, na een lange strijd tegen leukemie. Een jaar later stierf een goede vriend van mij, Frankie Daniels, die ik aanzag als mijn broer, aan dezelfde ziekte. Ze verlieten me met een overweldigende hoeveelheid liefde en ik geloof zelfs dat ze me een mooie, blauw-ogige engel stuurden, vanwie ik ontzettend veel houd en die me erg dierbaar is. (hierover later meer)
Kort na de dood van Frankie, kreeg ik een telefoontje van een oude vriend en de producer van mijn tweede album Tom Werman. Hij vroeg me op ik geintereseerd was om de zang op met te nemen voor de film Metal God, welke later omgenoemd zou worden naar Rock Star. Ik werd de stem van Mark Wahlberg. Ik zong 8 nummers voor de film in, een van die nummers was "We All Die Young", van het album "Wait". Na het Rock Star project ging ik naar Europa om me daar te verdiepen in de techno-trance electronic scene. Van de "Loveparade" in Berlijn naar het mooie eiland Ibiza, om vandaar uit naar de Bulldog in Amsterdam te gaan.
Die jaren die voor mij lagen zou ik doorbrengen met het samenstellen van een band en het opnemen van een nieuw album. Helaas, iedere keer dat ik er bijna was, kwam er weer iets dat me ervan afhield om het project af te ronden. Na de dood van mijn vader in september 2003 veranderde ik mijn naam terug naar mijn geboortenaam "Miljenko", "Milli" Matijevic. Ik vond toen een and in Charlottesville Virginia en dit veranderde ik een een uitzonderelijke werkplek, "Steelheart Studios" genaamd. Bijna 3 jaar lang heb ik aan mijn nieuwe album "Good 2B Alive" gewerkt. Alles wat er in mijn leven gebeurd is heeft me erop voorbereid voor wat in mijn optiek mijn beste werk ooit is. En ik weet dat dit pas het begin is. Ik heb me nog nooit zo geinspireerd en vol energie gevoeld als heden ten dage. De ideëen komen in zulk tempo dat ik amper de tijd krijg om alles op te schrijven of te realiseren. Ik verheug me erop mijn visie met jullie allemaal te delen. Van boosheid naar vrede, via pijn naar begrip, met geduld naar de overwinning.
Mijn leven begon in Zagreb, Kroatië in 1965. Ik woonde in een klein plaatsje net buiten de stad samen met mijn grootouders. Het duurde niet lang of ik ontdekte de gave die god me gegeven had. Op 5-jarige leeftijd zong ik altijd mee met de radio, en dan ook nog eens zo hard mogelijk. Tot mijn zesde woonden mijn broer John en ik bij onze grootouders. In die tijd waren onze ouders in de Verenigde Staten om een huis te vinden. In 1970 kwamen onze ouders terug naar Kroatië om ons mee terug te nemen naar de Verenigde Staten om bij hun te wonen. We woonden in Scarsdale, New York, in een apartement boven een dokterspraktijk. Mijn vader werkte aan de overkant in het nieuwe ziekenhuis als electricien. Mijn broer en ik speelden altijd buiten in de voortuin, waar onze vader ons vanaf de overkant in de gaten kon houden terwijl hij werkte. Toen ik 7 was verhuisden we naar Greenwich, Conneticut, en we betrokken het lelijkste huis van de straat. Kort nadat we daar aankwamen begon mijn broer John met gitaarspelen, met mij naast zich die altijd al wist en het ook zei dat ik het in me had. We speelden country muziek, omdat dat de muziek was die mijn vader mooi vond. We waren ervan overtuigd dat iedereen in Amerika van country hield. We werden behoorlijk goed, en het duurde dan ook niet lang voordat onze vader ermee begon alle Poolse, Joodse en Veteranen clubs af te gaan die ons wilde boeken.
Toen ik 9 was begon ik met zingen in een kerkkoor. Toen, op 11-jarige leeftijd ontdekte ik Led Zeppelin en mijn hele leven veranderde plotseling. Het leven werd steeds moeilijker. Mijn broer en ik hielden van deze muziek, maar onze pa had er helemaal niets mee. Er was een constante strijd om de vrijheid om ons leven en toekomst zelf te kiezen. Op 13-jarige leeftijd vormden we de band "Teazer" en speelden Led Zeppelin en Black Sabbath covers, maar ook ons eigen werk. Het duurde niet lang of een producer genaamd Morgan Walker had interesse in ons. Voordat we het wisten gingen we naar New York City om te oefenen, werkend aan de songs die ons eerste album zouden vormen. Helaas viel de droom in duigen voordat hij was gerealiseerd.
Toen ik 15 was sloot ik me aan bij de band "The Mission" met een frontman, Elliot Lewis genaamd (later lid van "The Average White Band". Ik verliet de band met studio en schrijfervaring in de pocket. Kort daarna ontving ik een telefoontje van een man genaamd Don Stroh. Don was de eigenaar van Showcase Studio's, een oefencomplex in Norwalk, Conneticut. Hij had me zien optreden in een nachtclub, samen met "The Mission". Hij vertelde me dat hij geloofde dat ik bij een band hoorde die op dat moment oefende in zijn studio. Ik ging ermee akkoord dat ik er eens zou gaan kijken. Op 16-jarige leeftijd kwam ik samen met James Ward, Chris Risola en Jack Wilkinson. "Red Alert" was geboren. Jack werd later vervangen doort John Fowler, we namen toen ook meteen een rhythmgitarist Frank DeCostanzo aan.
Na mijn middelbare school ging ik naar het "college" om aldaar mechanische engineer te worden. Ik was in mijn tweede jaar college, ik zat aan de tekentafel, toen ik plots het licht zag. WTF deed ik hier? Ik moest zanger worden, geen techneut. Ik pakte meteen al mijn spullen bij elkaar en gooide ze uit het raam op de tweede verdieping. Eindelijk kon ik al mijn aandacht en energie in de muziek stoppen. Nadat we de eerste demo "My Friend Jimmy", met 5 nummers erop klaar hadden, gingen John en ik naar L.A. om daar een platencontract in de wacht te slepen. We hadden geen contacten, noch hadden we ook maar een flauw idee hoe de procedure zou verlopen, zouden we moeten tekenen. Ik deed het allemaal puur op basis van hoop en grote ballen. Binnen een maand hadden we een nieuwe manager en een platencontract met MCA. We namen ons debutalbum "Steelheart" op. Het album verkocht meer dan een miljoen keer en werd gevolgd door een wereld tournee.
We gingen vervolgens aan de slag met ons tweede album, "Tangled in Reins", en namen dit ook op. Na een succesvolle tour door Azië en Europa vloog de band terug naar de VS om aldaar support band te zijn voor de band "Great White". Tijdens de laatste fase van deze tour werden we gevraagd om een laatste show te geven op de avond van Halloween, als supportband voor de band Slaughter, in de McNichols Arena in Denver Colorado. Die ene nacht was het begin van een reis vol spiritualiteit voor mij. Terwijl ik "Dancing in the Fire" zong, klom ik in een truss, niet wetende dat ik niet voldoende afgezekerd was. Ik probeerde een vallede rigg te ontwijken, maar deze raakte me vol op de achterkant mijn hoofd, net voordat ik het kon ontwijken. Ik viel met mijn gezicht eerst op het podium. Ik had een gebroken neus, kaakbeen, kaak, verrekte mijn ruggewervel en had 28 hechtingen nodig in mijn achterhoofd. Ik weet niet waar de kracht vandaan kwam, maar ik stond op, voor de ogen van 13.000 bezoekers en liep zo van het podium af. Ik werd onmiddelijk naar het ziekenhuis vervoerd. Mijn manager zette me de dag erna op het vliegtuig. Ik had niet alleen kunnen omkomen van het feit dat een 500 kg wegende rigg me raakte, maar ook van een exploderend brein op 30.000 voet hoogte. Pas toen ik thuis kwam begon de echte pijn. Maandenlang had ik ontzettende pijn, alleen al bij de geringste beweging voelde mijn hoofd aan alsof het ging ontploffen.
Dit was het einde van Steelheart.....
Veel waardevolle herinneringen gingen verloren en ik waande me de hele tijd, 3 jaar lang na het ongeluk, levend in een waas. Ik reed vaker gewoon rond in het midden van de nacht, twee uur van huis, niet wetende wat ik daar te zoeken had of wat ik er deed. Ik leefde in een droom, maar niemand die dat zag of het ook maar begreep. Ze zeiden constant, het komt wel goed. Na twee jaar ontmoette ik eindelijk een neuroloog die me uitlegde dat ik "TBI" (Traumatic Brain Injury) had. Het nam nog twee jaar in beslag, in volledige concentratie om opnieuw te leren focussen en mijn hersens op de juiste manier te herprogrammeren en te gebruiken. Gedurende deze hele tijd heb ik niets aan financiële ondersteuning gekregen. Alles werd uit eigen zak betaald. Ik was mijn familie kwijt, mijn huis en mijn geld, maar ik had mezelf hervonden.
In 1995 richtte ik een band op die bestond uit Kenny Kanowski, Vincent Melle en Alex Macarovich. We namen een album op in Engeland genaamd "Wait". Ik moet zeggen dat het een ontzettend moeilijk album was om te maken. Ik had in deze periode nog een beetje een waas voor mijn ogen. We noemden het album "Wait" omdat het nogal verdomd lang duurde eer ik de vrijheid van de platenmaatschappij en mijn manager wist te winnen, deze laatste eigende zich meer toe dan hem toestond. Nadat ik een grote som geld op tafel had gelegd, voor beiden, was ik eindelijk vrij om te doen en laten wat ik wilde en kon ik verder met mijn loopbaan. Het album kwam twee jaar later uit.
Gedurende de het afmixen van "Wait" had ik een heropstanding. Ik zat lekker in mijn zetel te relaxen, voeten op de console en mijn ogen dicht. Opeens, vanuit het niets, drong het door tot mijn lichaam en bracht een schok teweeg in mijn ziel. Ik keek naar mijn producer Kit Woolven en deze vroeg wat er mis met me was. Ik kon enkel de woorden uitspreken: "I just woke up". Het volgende hoofdstuk was begonnen.
We hadden een promotie tour door Azië om het album "Wait" te supporten. We traden 28x op in 30 dagen tijd en in 13 verschillende landen. De tournee maakte een krachtige indruk waardoor het titelnummer "Wait" nummer 1 werd in veel aziatische landen. Later zouden we naar Korea terugkeren voor nog 2 shows in het Olympisch stadion in Seoul en in Kojo Hall in Pusan. De tournee werd een groot succes. Helaas werd het album vanwege legaliteiten nooit in de VS of Europa uitgebracht. Nu, jaren later, ben ik trots om te mogen zeggen dat ik eigenaar ben van mijn eigen platenmaatschappij genaamd StillHard Records, waardoor het album voor jullie gewoon te koop is op www.steelheart.com.
Niet lang nadat we uit Azië terug waren overleed mijn moeder op 56-jarige leeftijd, na een lange strijd tegen leukemie. Een jaar later stierf een goede vriend van mij, Frankie Daniels, die ik aanzag als mijn broer, aan dezelfde ziekte. Ze verlieten me met een overweldigende hoeveelheid liefde en ik geloof zelfs dat ze me een mooie, blauw-ogige engel stuurden, vanwie ik ontzettend veel houd en die me erg dierbaar is. (hierover later meer)
Kort na de dood van Frankie, kreeg ik een telefoontje van een oude vriend en de producer van mijn tweede album Tom Werman. Hij vroeg me op ik geintereseerd was om de zang op met te nemen voor de film Metal God, welke later omgenoemd zou worden naar Rock Star. Ik werd de stem van Mark Wahlberg. Ik zong 8 nummers voor de film in, een van die nummers was "We All Die Young", van het album "Wait". Na het Rock Star project ging ik naar Europa om me daar te verdiepen in de techno-trance electronic scene. Van de "Loveparade" in Berlijn naar het mooie eiland Ibiza, om vandaar uit naar de Bulldog in Amsterdam te gaan.
Die jaren die voor mij lagen zou ik doorbrengen met het samenstellen van een band en het opnemen van een nieuw album. Helaas, iedere keer dat ik er bijna was, kwam er weer iets dat me ervan afhield om het project af te ronden. Na de dood van mijn vader in september 2003 veranderde ik mijn naam terug naar mijn geboortenaam "Miljenko", "Milli" Matijevic. Ik vond toen een and in Charlottesville Virginia en dit veranderde ik een een uitzonderelijke werkplek, "Steelheart Studios" genaamd. Bijna 3 jaar lang heb ik aan mijn nieuwe album "Good 2B Alive" gewerkt. Alles wat er in mijn leven gebeurd is heeft me erop voorbereid voor wat in mijn optiek mijn beste werk ooit is. En ik weet dat dit pas het begin is. Ik heb me nog nooit zo geinspireerd en vol energie gevoeld als heden ten dage. De ideëen komen in zulk tempo dat ik amper de tijd krijg om alles op te schrijven of te realiseren. Ik verheug me erop mijn visie met jullie allemaal te delen. Van boosheid naar vrede, via pijn naar begrip, met geduld naar de overwinning.
|
EventList powered by schlu.net
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Plaats reactie